Jiddu Krishnamurti texts Jiddu Krishnamurti quotes and talks, 3000 texts in many languages. Jiddu Krishnamurti texts

Wat is waar?

Hoofdstuk 9

Leven en dood zijn aan elkaar gelijk.

Vereer niet de doden van gisteren, maar de levenden van vandaag.

Wie in de geest op zoek is naar de waarheid, die onsterfelijkheid garandeert en waarin geen begin is en geen einde, die moet vrij zijn van het idee van tijd en van bereiken, want het voorbijgaande is het eeuwige en het nu omvat het leven in zijn totaliteit.

De dood bestaat alleen als herinneringen voortduren en herinneringen zijn niet meer dan het product van hunkeringen en verlangens. Voor iemand die vrij is van verlangens bestaat er geen dood, geen begin en geen einde, geen pad van liefde en geen pad van leed. Als je een tegengestelde nastreeft, wek je weerstand. Als je angstig bent probeer je moedig te zijn, maar de angst blijft je achtervolgen, omdat je alleen maar van het een naar het ander vlucht. Maar als je je daarentegen bevrijdt van de angst, en dat is het verlangen, ken je geen moed en geen angst. En de manier om dat te doen, zeg ik, is je bewust worden, aandachtig zijn, niet proberen moed te verzamelen, maar jezelf bevrijden van het hebben van een beweegreden voor wat je doet.

Als je dit begrijpt, zul je zien dat de tijd als verleden en toekomst heeft opgehouden en dat het verdriet van de dood heeft plaatsgemaakt voor het zich steeds vernieuwende leven. Neem bijvoorbeeld wat er met veel mensen gebeurt als ze beheerst worden door het verdriet van de dood. Iemand van wie je houdt gaat dood en ze vertellen je, of je leest het, dat er een leven na de dood is, dat de persoon van wie je houdt in een andere wereld verder leeft en dat je in de toekomst weer met hem of haar samen zult zijn. Je intense verlangen om de dood te begrijpen wordt door die verklaring gegrepen en tevredengesteld, maar als je echt goed nadenkt, zul je beseffen dat je het probleem van de dood niet hebt opgelost, maar het alleen maar naar de toekomst hebt verschoven. Waar dat idee van vereenzelviging, van een zijn heerst, daar is de dood aanwezig. De dood is niets anders dan je bewust zijn van je eigen alleen zijn, je eigen leegheid, je eigen eenzaamheid en enkel als je helemaal bevrijd bent van jezelf, van je eigen bewustzijn, je individualiteit, is de dood er niet meer, want dan is er evenmin een zijn als van elkaar gescheiden zijn.

Als je geest zich in beslag laat nemen door verklaringen, in plaats van te gaan zoeken, zul je misschien voldoening voelen, maar je rust zal niet lang duren. Er kan pas sprake zijn van rijkdom van geest, innerlijke rust en een gevoel van psychische heelheid, als je inzicht hebt en inzicht kun je niet krijgen door verklaringen, maar alleen door zelf elke gebeurtenis, iedere dagelijkse reactie, te begrijpen.

Ik zeg dat onsterfelijkheid een realiteit is, dat de eeuwigheid een feit is, omdat ik ervan vervuld ben, maar een beperkte geest kan ze niet bevatten. Houd je hier dus niet mee bezig, maar doe dat liever met het nu, waarin je leeft, met de conflicten, de wreedheid en het leed van wat er dagelijks voorvalt.

Als je ermee begint je denken en voelen vrij te maken van die beperktheid, van dat waanidee, van die bedroevende gevangenschap van vele eeuwen, zul je zelf kennismaken met die onaantastbare eeuwigheid die het leven, God, de waarheid is. Leef daarom intens in het nu, want de eeuwigheid is alleen in het nu te vinden. Onsterfelijkheid is niet iets in een verre toekomst en bezorgdheid over je persoonlijke bestemming is een nutteloze inspanning. Alleen in het nu kun je het alles omvattende inzicht hebben dat de hoogste intelligentie is.

Eigenlijk bestaat er voor mij geen dood, omdat geboorte en dood een en hetzelfde zijn voor iemand die vervuld is van het eeuwige dat leven is. Maar wanneer je er als individuele mens aan vasthoudt je van jezelf bewust te zijn als een op zichzelf staand wezen, dan zijn geboorte en dood er. Daarom zal de individuele mens die in de illusie leeft op zichzelf te staan, vanuit het standpunt van dat waanidee vragen:”Zal ik mijn leven met de doden delen, zal ik in contact met hen staan, zal het nuttig zijn de toestand na de dood te onderzoeken, om iets toe te kunnen voegen aan de kennis waarover de mens beschikt?” Als je de dood bekijkt vanuit het verlangen dat het individuele, het op zichzelf staan, het ikbesef, zal blijven duren, dan zal het verdriet toeslaan. Jullie vragen onophoudelijk: ”Zal ik op een ander vlak blijven bestaan, als ik sterf? Zal ik weer terugkomen?” Die vragen worden je ingegeven door de wens dat je ‘zelf’, met zijn eigen identiteit, in de tijd zal voortbestaan.

Maar voor mij is dat op zichzelf staan, dat besef van een ‘zelf’, een waanidee en als dat waanidee ontmaskerd wordt openbaart zich het eeuwige, het leven in zijn totaliteit. Dan is er geen sprake van geboorte en dood. Als iemand tegen je zegt dat je zult leven na de dood, geeft dat je een ogenblik van voldoening, van hoop, het geeft je een prettig gevoel. Maar het zal je geen inzicht geven. Het zal je niet het oneindige laten zien. Vervuld zijn van het eeuwige, bevrijd zijn van het in de tijd voortbestaan van het ego, het ‘zelf’, dat is onsterfelijkheid, niet het schijnbare doorgaan van het ikbesef, van het persoonlijke, maar de onsterfelijkheid van een leven dat al het persoonlijke ver te boven gaat.

Dat leven is te allen tijde in alles aanwezig, het is niet zo dat het ontstaat als gevolg van de vooruitgang, de evolutie of het verstrijken van tijd. Hoe meer je je verdiept in de dood en in het hiernamaals, in wedergeboorte of in opgaan in het niets, des te minder treed je het leven tegemoet, dat zich altijd in het nu afspeelt. Zolang je het inzicht in het nu voor je uit schuift, zul je nooit begrijpen wat daar nog achter ligt. Als je dit begrijpt ligt er niets achter.

Er is me gevraagd: “Zou het niet beter zijn het streven naar bevrijding uit te stellen, tot we in een volgende wereld zijn, waar de bevrijding misschien makkelijker binnen bereik ligt?”, en ondertussen maar lijden! “Deze wereld is een ramp en haar verlaten is gelukkig zijn”, ik weet zeker dat velen van jullie dat geloven. Je wilt je niet hier en nu inspannen, dat wil je uitstellen tot ergens in de toekomst. Je wilt je niet volledig bewust worden van alles, omdat bewustheid pijn betekent en verantwoordelijkheid, daarom wil je liever een ander nadoen, vereren en gebruiken. Dat geeft je een gevoel van voldoening, voortduren. Als je je bewust bent van jezelf, span je je in. Ik praat over je inspannen, niet over andere niveaus van leven of een andere wereld dan deze. Wat is de waarde van onderzoek naar hogere niveaus van leven, naar hogere vormen van bewustzijn? Word je bewust van deze wereld, want in deze wereld lijdt je, deze wereld wordt gekenmerkt door vergankelijkheid en die vergankelijkheid zal er zijn zolang er ikbesef is. Je kunt het je bewustzijn van deze wereld niet naar een ander niveau overbrengen, in de verwachting dat het dan een hoger bewustzijn zal worden. Bewustzijn is bewustzijn, waar het ook is, het kent geen hoog of laag. Alleen in het nu is het hele universum aanwezig. Het hele universum zetelt in die vonk van heelheid, die aanwezig is in elk van ons en het vervuld worden van die heelheid bevrijdt de mens van al zijn verdriet, van al de tegengestelden en van het idee van een dualiteit.

Je verlangens brengen verdeeldheid in je denken, waardoor ze verzet wekken, het besef van een ‘ik’, dat geboorte en dood kent. Daardoor ontstaan er vragen over wat er hierna komt, wat niets anders dan dodenverering is. Uit die verdeeldheid en dat verzet ontwikkeld zich het idee van zelfdiscipline, zelfbeheersing, krachtsinspanning, wat de illusie alleen nog maar bevordert en versterkt. Daarom zeg ik dat alles wat je door zelfdiscipline bereikt uiterst misleidend is, omdat het uit verdeeldheid en verzet is voortgekomen. Als je over de nodige intelligentie beschikt, zul je beseffen dat zelfdiscipline alleen maar een vorm van aanpassing is. Ze leidt tot niets, ze heeft geen levengevende kracht in zich.

Het streven naar een ‘hoger zelf’ is dus fundamenteel onjuist. Heel het eeuwige, en dat is de verrukking van het leven, is vervat in het nu. Dat ‘nu’ is niet een vast tijdstip, het wisselt voortdurend, het vernieuwt zich aldoor, zoals de snelle waterstromen. Dat eeuwige ‘nu’ is onsterfelijkheid en leven in de verrukking ervan is niet het product van inspanningen, maar van inzien wat onvervreemdbaar juist handelen is. Dat inzicht krijg je alleen als je het leven benadert met heel je wezen, dat wil zeggen zonder de verdeeldheid in wat je denkt en voelt.

Ik gebruik het woord ‘vernieuwen’ om aan te geven dat er evenmin een begin als een einde is. Iets dat zich steeds vernieuwt, wat steeds flexibel is, is het leven zelf. Iets wat steeds een nieuwe gedaante aanneemt, is onsterfelijkheid, is eeuwigheid. Ik probeer het onbeschrijflijke te beschrijven en je zult het nooit begrijpen als je probeert het over te nemen. Onsterfelijkheid, tot werkelijkheid geworden onvergankelijkheid, is niet iets statisch, is geen doel en geen conclusie; het is de geconcentreerde essentie van het leven zelf, die energie is. Energie kun je niet zien als een doel. Je ziet het als een doel, omdat je dat doel wilt bereiken; je wilt het veroveren, om de voldoening te hebben dat je vorderingen hebt gemaakt. Om die reden heb ik steeds gezegd dat iets bereiken onmogelijk is omdat wat je bereikt hebt je te gronde richt. Als je een doel nastreeft en het probeert vast te houden is dat funest voor de geest die zich probeert te bevrijden.

Ik zeg je dat er in het nu een levende werkelijkheid is, een steeds veranderende, zich steeds vernieuwende werkelijkheid, die God is, of de waarheid, of hoe je haar ook noemt.

Doordat je aanhoudend bezig bent je aan te passen, je te beheersen en sommige van je neigingen te onderdrukken, blijft wat je doet onaf, wat leidt tot gehechtheid in de vorm van herinneringen en het verlangen wekt dat je als individueel persoon zult voortbestaan in de tijd. Waar het om gaat is niet dat je over het hiernamaals nadenkt, maar dat je intens en volledig in het nu leeft. Dat leven kenmerkt zich door diepgaand denken en voelen, vrij van angst.

Wat zoek je eigenlijk? Je zoekt God, in wie je een einde aan de ongelijkheid hoopt te vinden, in wie je denkt dat allen een zijn, weer zo’n illusie, weer zo’n verstandelijk idee. Maar er is een ander besef mogelijk en dat is niet dat allen een zijn, maar dat er alleen het ene is. Dan vervalt dus het onderscheid, wat iets anders is dan dat alles aan elkaar gelijk zou zijn. Je klampt je met grote toewijding vast aan de ene aan wie je gehecht bent, maar je vertrapt de velen en misbruikt ze. Je denkt door de hoop op reïncarnatie de wreedheid van het onderscheid en de ongelijkheid weg te nemen. Zelfs duizend jaren zullen niet genoeg zijn om je begrip bij te brengen als je het nu niet begrijpt. Als wat jullie zijn, je onwetendheid, niet in het nu wordt opgeheven, zal er over duizend jaar nog steeds onwetendheid zijn.

Niet de tijd zal je het begrip brengen, maar de levendigheid van geest waarmee je in het nu tot inzicht komt. Het is niet mogelijk levendig van geest te zijn als je belast bent met het begrip tijd. Tijd bestaat als het je aan inzicht ontbreekt. Maar ik heb het over de waarheid waarin tijd niet bestaat en om inzicht te hebben in die waarheid moet je intens bewust in het nu leven, vrij van elke beweegreden en van iedere vorm van geloof.

Dus als je me keer op keer vraagt of ik al dan niet in reïncarnatie geloof, of er al dan niet iets van het persoonlijke doorgaat na de dood, dan zeg ik je dat je het ene moment op zoek bent naar het eeuwige, waarin geen spoor van het persoonlijke is, terwijl je een ogenblik later de kern van zelfzuchtigheid wilt laten voortbestaan. Je kunt die twee niet combineren, je kunt niet tegelijkertijd gebonden en vrij zijn.

Je bent een samenstel van nationale, maatschappelijke, door de familie bepaalde en strikt persoonlijke verlangens en tradities en je kunt door al die vooroordelen niet uitmaken wat je zelf denkt. Je wordt voortdurend door al die dingen beïnvloed en je moet daar helemaal vrij van zijn om van de volheid van het leven vervuld te kunnen worden, want het geluk van de waarheid kun je alleen vinden door alleen te zijn. Begrijp vooral goed in welke betekenis ik het woord ‘vrij’ gebruik, ik bedoel niet je met geweld ergens los van maken, dat maakt je niet vrij, net zo min als het je meester maken van een nieuw idee dat doet. Iets waar jij je meester van hebt gemaakt, zal zich altijd meester maken van jou. Als jij je meester hebt gemaakt van een idee, word je de slaaf van dat idee, je bent er niet vrij van, je hebt het niet doordacht, je bent er niet in doorgedrongen. Vrijheid is de concentratie van het leven in al zijn volheid, het is niet een bundeling van ideeën, maar een concentratie van energie, waarin het verval, dat door het ikbesef wordt veroorzaakt, heeft opgehouden. Wil je vrij zijn, dan moet je je volledig bewust zijn van jezelf en door dat vuur van zelfbewustzijn, door die kracht van het alleen zijn, zul je vervuld worden van dat leven dat niets insluit en niets uitsluit, waarin het idee van een zijn en op zichzelf staan totaal ontbreekt, waarin geen onderscheid bestaat en dus ook geen verzet. Dat leven is eeuwigheid, wat iets anders is dan een punt dat zich langs een rechte lijn eindeloos uitstrekt. Eeuwigheid is niet een eindeloos opklimmen langs kale hoogten, wat een prestatie is die je toch steeds met lege handen achterlaat. Eeuwigheid is als het verstand en het gevoel in volmaakte harmonie zijn, als het denken zich met diep gevoel volledig bewust is van alle dingen en als het verlangen totaal heeft opgehouden.

Het eeuwige is de diepgaande bezinning op het nu. Als je inzicht in het nu kunt hebben, in alles wat het betekent, in al zijn rijkdom, in al wat het omvat, dan heb je inzicht in alles wat tijd is en ben je daarmee aan de tijd ontstegen. Dat is niet zomaar een door het verstand opgebouwde theorie, je moet het ontdekken door het voortdurend in praktijk te brengen door scherp waar te nemen en je bewust te zijn van alles. Wil je die wijsheid hebben die groter is dan elk geloof en die het enige is waarmee je staande kunt blijven in het tumult van strijd, leed en pijn, dan moet je je innerlijk losmaken van het idee van iets bereiken, bereiken in de zin van in bezit krijgen, te pakken krijgen, tot een goed einde brengen. Als je vrij bent van het idee van iets bereiken, beschik je over de soepelheid van geest die van essentieel belang is voor het ontdekken van de waarheid.

Wie hangt aan het verleden en aan de toekomst en het heeft opgegeven zich, bevrijd van de drang van beweegredenen, in te zetten in het nu, die zal leed oogsten. Als je verstand en je gevoel het idee hebben losgelaten dat vooruitgang een kwestie van tijd is, een idee dat alleen maar kan betekenen dat het ‘zelf’ blijft doorgaan en een sterkere identiteit krijgt, dan zullen al je inspanningen zich concentreren op het nu. Die inspanningen worden intenser als je je bewust wordt van de oorzaak van het lijden, het ‘zelf’, het ego, en probeert die in het nu weg te nemen. Je inspanningen zijn verkeerd gericht als ze teruggrijpen op het verleden of hoopvol naar de toekomst reiken. Ze zouden er juist op geconcentreerd moeten zijn je een volledig inzicht te geven in de betekenis van elke activiteit die zich in het nu voordoet. Maar om dat soort inspanningen met eeuwigheidswaarde mogelijk te maken, heb je wijsheid nodig, wat niet een verstandelijke prestatie is, niet berust op kennis uit boeken, maar het vermogen is om bevrijd van zowel het verleden als de toekomst inzicht te hebben in iedere gebeurtenis, in zijn volle betekenis in het nu.

Het toppunt van energie is verlichting.

Wat is waar?

Hoofdstuk 9

Jiddu Krishnamurti. Wat is waar? Over waarheid en leven. Themaboek aforismen waarheid zijnjiddu leven mens wijsheid inzicht vrij handelen denken. 1934.

suntzuart

the 48 laws of power